Marktfundamentalisme
De opkomst en ondergang van de liberale ideologie
In deze post bespreek ik de opkomst van het marktfundamentalisme in drie fasen:
De periode 1950-1980 (voor)
De periode 1980-2025 (tijdens)
De toekomst (na?)
1. De periode 1950-1980 (voor)
In de dertig jaar na de Tweede Wereldoorlog waren politieke partijen het met elkaar eens dat de overheid het bedrijfsleven moest reguleren, infrastructuur moest stimuleren, burgerrechten moest beschermen, de internationale samenwerking moest versterken, en de welvaartsstaat verder moest uitbouwen. Ondermeer door meer overheidsuitgaven aan onderwijs en sociale zekerheid:
Ook de economische groei in de drie decennia na de Tweede Wereldoorlog was ongekend hoog. Zo groeide tussen 1900 en 1950 het Nederlandse bbp per hoofd met slechts 0,6% per jaar. Maar van 1950 tot 1980 was er een aanzienlijke versnelling naar gemiddeld 2,3% per jaar (bron):
2. De periode 1980-2025 (tijdens)
Rond 1980 veranderde het economische en politieke landschap. Politiek kwam er een nieuwe wind aanwaaien uit de VS en het VK. In de VS nam een beweging bekend als de “Movement Conservatives” de controle over de Republikeinse Partij. Deze beweging bestond uit zakenmensen die een hekel hadden aan regels en belastingen. Ze noemden zichzelf “conservatives” omdat ze terug wilden naar de wetten van de jaren 1920, de periode voor de Democratische New Deal uit 1937.
Deze zakenmensen pleitten voor deregulering, belastingverlagingen, en een kleine overheid. In plaats daarvan geloofden ze vurig in het belang van particuliere ondernemingen. Want bedrijven die vrij en vrolijk hun winst maximaliseren, zouden die winsten investeren. Dat zou tot hogere economische groei leiden en de tewerkstelling aanwakkeren.
Ronald Reagan omarmde de conservatives en werd zo president van de VS van 1981 tot 1989. In het VK deed “Iron Lady” Margaret Thatcher hetzelfde en was Prime Minister van 1979 tot 1990. Ook in Europa werden liberale partijen grote volkspartijen vanaf de jaren 1980.
Waar haalden deze conservatieven hun politieke ideeën vandaan? Op 10 april 1947 kwamen 39 economen, historici, en sociologen bijeen in Le Mont Pèlerin, een klein dorpje aan het meer van Genève in de Zwitserse Alpen. Ze schreven er een manifest waarin ze de vrijheid (van het individu) terug centraal stelden, na de onderdrukking tijdens twee wereldoorlogen. De organisator van de bijeenkomst was Friedrich Hayek en onder de gasten waren Milton Friedman, Karl Popper, en Ludwig von Mises.
Econoom Milton Friedman geloofde vurig in de vrije markt en haar “onzichtbare hand”. Zijn overtuigingen staan bekend als de “Friedman doctrine”:
The social responsibility of business is to use its resources and engage in activities designed to increase its profits so long as it stays within the rules of the game, which is to say, engages in open and free competition without deception or fraud.
Het was muziek in de oren van de conservatives. Na zijn emeritaat in 1977 werd Friedman adviseur van Ronald Reagan en Margaret Thatcher. Sinds 1980 hebben de conservatives met hun ideologie van marktfundamentalisme (soms ook wel “marktkapitalisme” genoemd) het politieke debat sterk gekleurd. Maar, zoals ik vorig week schreef, is marktfundamentalisme een politieke ideologie die nog weinig te maken heeft met de huidige inzichten uit de economische wetenschappen.
3. De toekomst (na?)
Marktfundamentalisme heeft niet geleid tot meer economische groei. Integendeel, de economische groei is stelselmatig gedaald - zie de figuur over hierboven - en de ongelijkheid in de samenleving is toegenomen sinds 1980:
Een andere bedreiging voor het marktfundamentalisme is dat de Amerikaanse overheid, die steeds meer een autocratie wordt onder Donald Trump, er niet voor terugdeinst om particuliere ondernemingen te nationaliseren.
Eerst was er dit:
En toen kwam er dit:
Hiermee lijkt het einde ingezet van marktfundamentalisme als een politieke ideologie.






